Begrijpend lezen is niet alleen iets dat kinderen op school leren. Sterker nog: veel van de beste leermomenten vinden thuis plaats, zonder boeken, zonder werkbladen en zonder dat het aanvoelt als een oefening.
Kinderen lezen dagelijks meer dan je denkt: verpakkingen, spelregels, strips, appjes, reclames, receptjes, routebordjes en informatie op plekken waar je samen komt. Al die kleine momenten zijn kansen om begrijpend lezen spelenderwijs te versterken.
In dit artikel laat ik zien hoe ouders het leesbegrip van hun kind kunnen ondersteunen door gewone, alledaagse teksten te gebruiken - van strip tot recept - inclusief voorbeelden die je direct thuis kunt inzetten.
Strips zijn perfect voor kinderen die lezen “saai” vinden. De combinatie van tekst en beeld maakt het begrijpen van situaties eenvoudiger en leuker.
Vraag wat er gebeurt tussen de plaatjes (dat is inferentie).
Laat je kind voorspellen wat het volgende plaatje zal zijn.
Praat over de emoties van personages.
Je kijkt samen naar een stripje:
“Waarom is deze persoon boos denk je? Het staat er niet letterlijk, maar wat zie je aan het plaatje?”
Zo leert je kind afleiden en verbanden leggen.
Van cornflakes tot pastasaus: verpakkingen zitten vol mini-teksten die kinderen kunnen oefenen te begrijpen.
Laat je kind ingrediënten of instructies voorlezen.
Vraag: “Wat is eigenlijk de bedoeling van deze tekst: uitleggen, overtuigen of verkopen?”
Vergelijk producten: “Wat is het verschil tussen deze twee?”
Bij een ontbijtgranen-doos:
“Waarom staat er ‘rijk aan vezels’ op de voorkant? Wat willen ze dat jij denkt?”
Recepten zijn ideaal om volgorde, instructies en logisch denken te oefenen.
Laat je kind de stappen hardop voorlezen.
Vraag: “Wat moet er eerst? Wat gebeurt er daarna?”
Laat je kind controleren of jullie nog ingrediënten missen.
Tijdens het bakken:
“Kijk eens naar stap 3. Wat moeten we daar precies doen? Kun je dat uitleggen in je eigen woorden?”
Hiermee oefent je kind het samenvatten van instructies.
Spelregels zijn vaak geschreven in compacte taal en vragen om nauwkeurig lezen.
Laat je kind de regels lezen en daarna kort uitleggen.
Vraag: “Wat gebeurt er als je deze regel vergeet?”
Laat je kind anderen de regels uitleggen.
Bij een nieuw kaartspel:
“Volgens de regels: wanneer mag je een extra beurt? Kun je dat stukje aanwijzen?”
Dit oefent tekstbegrip én kritisch denken.
Folders en lijstjes helpen kinderen het verschil te begrijpen tussen hoofdzaak en bijzaak.
Laat je kind boodschappen zoeken op basis van een folder.
Vraag: “Wat is het belangrijkste doel van deze reclame?”
Laat je kind de aanbiedingen vergelijken en concluderen.
Bij een supermarkt-folder:
“Waarom staat dit product groot en in kleur? Wat willen ze bereiken?”
Dit stimuleert kritisch lezen.
Informative bordjes op locaties zijn korte weetjesteksten, precies wat kinderen nodig hebben om leesbegrip te trainen.
Laat je kind een informatiebordje lezen en samenvatten.
Vraag: “Wat heb je geleerd dat je nog niet wist?”
Leg samen verbanden tussen tekst en wat je ziet.
Bij een bord in de dierentuin:
“Hier staat dat de brilbeer vooral ’s nachts actief is. Hoe zie je dat terug in zijn gedrag nu?”
Begrijpend lezen gaat ook over symbolen en schema’s begrijpen.
Laat je kind aanwijzen waar jullie zijn op een plattegrond.
Vraag: “Welke route moeten we volgen? Hoe weet je dat?”
Check of je kind een bordje juist interpreteert.
Op een station:
“Als hier staat ‘perron 4’, waar moeten we dan heen? Hoe zie je dat aan de bordjes?”
Zo leert je kind informatie koppelen en interpreteren.
Veel kinderen lezen online meer dan in boeken. Dat kun je benutten. Zo bereid je ook voor op lvs-toetsen, zoals de IEP-toets, Boom LVS-toets, LIB-toets en Dia-toets.
Lees samen korte kindvriendelijke weetjes of artikelen.
Vraag: “Is dit feit of mening?”
Laat je kind het belangrijkste in één zin zeggen.
Bij een weetje-artikel:
“Wat was het belangrijkste dat je leerde? En hoe weet je dat dit waar is?”
Begrijpend lezen hoeft thuis helemaal niet op school te lijken. Door gewone, alledaagse teksten te gebruiken (van strips tot recepten en van bordjes tot folders) help je je kind ongemerkt om beter te begrijpen wat het leest.
Niet door te overhoren, maar door samen te praten, vragen te stellen en nieuwsgierig te zijn. Zo wordt begrijpend lezen geen opdracht, maar een vanzelfsprekend onderdeel van het dagelijks leven.